Slechtziend?
Slechtziend?
Winkelmandje tonen Naar de kassa Uw account
Contact opnemen Gastenboek Hoveniers kunnen... Advies & Onderhoud Algemene voorwaarden Foto's tuin-steen Links Natuursteen afwerkingen Natuursteen Informatie Sitemap Transport & Kosten Verpakkingen Weer om te werken in de tuin?

Printerversie

Links

Natuursteen Informatie

Op de vrachtwagen heeft u al: 0 Artikel, 0,00 EUR

Natuursteen afwerkingen

Type afwerkingen
De meeste stenen kunnen op verschillende manieren worden afgewerkt. De belangrijkste afwerkingen worden onderstaand kort behandeld. Per afwerking wordt als voorbeeld een afbeelding van Belgisch Hardsteen getoond. Er is te zien welke invloed een bewerking op het uiterlijk van de steen heeft. Al gaat het bekijken van foto's (en zeker via het internet) veel van de uitstraling en levendigheid van de steen verloren.
Wanneer een plaat natuursteen uit een blok is gezaagd heeft het een zogenaamd gezaagd oppervlak. Dit oppervlak kan zonder verdere bewerking worden toegepast, maar meestal wordt het oppervlak gladder of juist ruwer bewerkt. Gladder zijn de bewerkingen schuren (slijpen), zoeten (matglans) en polijsten (hoogglans).
Leisteen en kwartsiet hebben na de winning een natuurlijk splijtoppervlak. Dat meestal zonder verder bewerking wordt toegepast. Maar sommige soorten kunnen gladder worden bewerkt (schuren, zoeten en polijsten).
Gladde afwerking
Fijne afwerking
Ruwe afwerking
Gezaagd Gebikt Ruw gebouchardeerd Geschuurd
Geslepen Fijn gefrijnd
(Fijn gepunt)
(Fijn geciseleerd)
(Getailleerd)
(Fijn gescharreerd)
(Fijn gsclypeerd)
(Fijn gegradineerd)Ruw gefrijnd
(Ruw gepunt)
(Ruw geciseleerd)
(Ruw gescharreerd)
(Ruw gsclypeerd)
(Ruw gegradineerd)Licht gezoetGeprikt
(Geijsbloemd)Gevlamd
(Éclaté)Donker gezoetGestraaldGekliefd (natuurlijk verschijnsel, geen afwerking)GepolijstOud gemaaktGekloofdGebouchardeerd (fijn)

Klik op de foto om een grotere afbeelding te zien.Zagen
De bewegingen van de zaag laten sporen achter op het steenoppervlak. Een raamzaag, waarbij het zaagblad horizontaal heen en weer beweegt, laat rillen achter. Terwijl een cirkelzaag slagen in het steenoppervlak achter laat. Rillen en slagen zijn in het algemeen bij harde steensoorten zoals graniet beter zichtbaar dan bij zachtere steensoorten zoals kalksteen.Schuren of
Slijpen

Sporen van het zagen worden bij het schuren grotendeels verwijderd. Men begint met een grofkorrelige schuurschijf die telkens wordt ingewisseld door een fijnere. De fijnere schijf slijt telkens de krassen weg van de voorgaande "schuurronde". Vooral bij het grof schuren zijn deze krassen goed zichtbaar. Een fijn geschuurd oppervlak wordt ook wel aangeduid als een geslepen oppervlak.
Bij geslepen kalksteen zijn de korrelstructuur van het calciet (kalkspaat) en de fossielen nog zichtbaar. Zoeten
Zoeten levert een effen mat oppervlak zonder sporen van bewerking. Zoeten is de laatste fase van het schuurproces met een zeer fijne schuurschijf. Afhankelijk van de schuurschijf zijn er verschillende gradaties in glans mogelijk. Een geringe glans wordt "licht gezoet" genoemd en een matglans "gezoet" en een bijna hoogglans "donker gezoet".
Voor Belgische Blauwe hardsteen geldt bv. bij
Licht gezoet: korrel P.220
Blauw donker gezoet: korrel P.320-400
Donker gezoet, of mat gepolierd (gesatineerd): korrel P.400-500Polijsten
Na het zoeten kan met een polijstschijf of een polijstvilt (met polijstpoeder of -pasta) hoogglans worden aangebracht. De glansgraad wordt niet door schuren verhoogd: een polijstschijf is vaak zachter dan de steen. Naar men aanneemt is de polijstlaag een uiterst dun, amorf laagje ("Beilby layer") gevormd door een lokale verhitting of een chemische reactie.Stralen
Het oppervlak wordt door mineralen (bijvoorbeeld olivijn) met een hoge snelheid "gebombardeerd". Door het stralen ontstaat een schuurpapierachtig uiterlijk.
Metalen deeltjes wordt ontraden: er kunnen dan ijzerdeeltjes in het oppervlak van de steen blijven zitten, die later gaan roesten en verkleuringen veroorzaken. Oud maken
Kunstmatig wordt een "oud" uiterlijk aangebracht. Dat wordt vooral bij marmers en kalkstenen gedaan, maar kan ook bij andere steensoorten. Er zijn verschillende bewerkingen:
Door een zuur op het oppervlak te laten inwerken. Dit kan alleen bij kalkhoudende steensoorten. Het zuur vreet eerst de meest poreuze delen aan, waardoor insluitingen en aders worden benadrukt. Naast "oud gemaakt" zijn er nog vele aanduidingen voor deze oppervlaktebewerking in omloop, zoals: antiek gemaakt, gezuurd, antico of anticato.
Door de tegels te "trommelen". In een draaiende trommel buitelen de tegels over elkaar, met een versnelde slijtage tot gevolg. Hierbij slijten de tegelranden rond af. Naast "oud gemaakt" worden tegels met deze bewerking ook wel genoemd: antiek gemaakt of getrommeld.Frijnen of
Punten

Bij frijnen met de hand wordt de steen met hamer en beitel behakt. Bij machinaal frijnen wordt het oppervlak gefreesd. Dat geeft strakke, rechte, evenwijdige lijnen, die een minder levendig uiterlijk hebben dan bij handmatig frijnen (foto rechts).
Er bestaan vele bewerkingen die van frijnen zijn afgeleid, ieder met een eigen uiterlijk.
Bij Hollands frijnen wordt elke uitholling veroorzaakt door een steekslag en meteen daarna een slag waarbij de beitel uit het oppervlak wordt geslagen.
Bij Belgisch frijnen wordt elke uitholling veroorzaakt door een enkele slag, waarbij de beitel uit het oppervlak wordt geslagen.

Bij de (mechanische) oude frijnslag is het resultaat wat grilliger, dicht bij elkaar liggende korte en onregelmatige frijnsporen:


Bij scharreren of ciseleren wordt met een ceseel (brede beitel) kort naast elkaar gelegen evenwijdige groeven gehakt, waarbij groeven niet in elkaars verlengde hoeven te liggen. Frijnen geeft over het algemeen een wat fijnere groef dan scharreren. Het resultaat wordt ook wel cisilé genoemd.

Bij mechanisch getailleerde steen wordt de slag gemaakt met een pneumatische hamer. Het resultaat lijkt op de ciselé, maar dan fijner.

Sclyperen is een soort frijnen waarbij de uithollingen wat smaller zijn..

Ook gradineren is een soort frijnen waarbij de uitholling wat breder is.
Bij mechanisch gradineren worden 8, 10, 12 of 15 slagen per dm uitgevoerd.
Als de natuursteen "brut" gegradineerd wordt ziet het als volgt uit:


Opmerking
Bedenk dat horizontaal gebruik van gefrijnde steen sneller vuil zal bergen. Bikken
Lijkt op frijnen. IJsbloemen
IJsbloemen gebeurt meestal door vijf beitels elk met vier punten om hun as te laten draaien. De krassen die zo ontstaan geven het kenmerkende ruwe oppervlak van "geijsbloemd".Prikken
Bij prikken met de hand wordt de steen met hamer en beitel behakt. Bij machinale prikken worden metalen punten in het oppervlak gedrukt of geslagen. Er ontstaat een beeld van dicht op elkaar geplaatste putjes. Er bestaan vele bewerkingen die van prikken zijn afgeleid, ieder met een eigen uiterlijk.

Boucharderen of
Hameren

Boucharderen gebeurt met een slaghamer. Het uiterlijk lijkt op een geprikt oppervlak (fijn gebouchardeerd), maar kan ook grilliger zijn (van middel tot grof of ruw gebouchardeerd).
Gebouchardeerd natuursteen heeft een dicht oppervlaktepatroon van meestal onregelmatige ronde punten tussen 1 en 3 mm groot en diep. Andere groottes zijn afhankelijk van de soort slaghamer, de kracht die uitgeoefend wordt op de hamer en van de dichtheid van het patroon.

Fijn gepunt is een andere term voor fijn gebouchardeerd (?).
Ruw gepunt is een andere term voor ruw gebouchardeerd (?). Vlammen of branden
Een gasvlam wordt aangebracht onder een hoek van 45 graden en loopt automatisch over het oppervlak. De thermische schok maakt dat van deeltjes het bovenvlak wegspringen. Door daarna de steen snel af te koelen met water springen er grotere deeltjes weg. Zo ontstaat een natuurlijk breukoppervlak.
Het resultaat wordt ook wel éclaté genoemd (letterlijk is het Frans voor "afgesprongen").
Klieven
Klieven is het met kracht splijten, hier van natuursteen. Tegels van bv. leisteen en kwartsiet hebben een natuurlijk splijtoppervlak, ook wel breukoppervlak genoemd, met een onregelmatig uiterlijk met een natuurlijke variatie.
Klieven is eigenlijk geen afwerking of bewerking van de natuursteen omdat het oppervlak het natuurlijke breukvlak is.
Ipv. gekliefd wordt er ook gesproken over gebarsten, geplaat, grof gekliefd.
Verg. kloven.
(Klieven is het met kracht splijten, dus de actie, terwijl kloven het resultaat, barsten of scheuren, is.)Kloven
Kloven is barsten of splijten, maar in dit geval is het het kunstmatig aanbrengen van een ruw oppervlak: bulten, putten en kuilen worden willekeurig aangebracht.
Met spreekt zowel van gekloofd als gekloven.
Verg. klieven.Gefreesd splijtoppervlak
Bij sommige soorten leisteen en kwartsiet kan net als de onderzijde ook de zichtzijde worden gefreesd. Zo ontstaat een vlak oppervlak, dat vervolgens kan worden gezoet en bij sommige steensoorten zelfs gepolijst.Andere aspecten mbt. natuursteen Randafwerking
Bij bestrating is het, naast de oppervlaktebehandeling, van belang voor welke randafwerking en onderzijdenafwerking wordt gekozen. Er zijn drie zijdenafwerkingen van belang: gezaagd, strak behakt en behakt. Gezaagde tegels geven de steen een strak uiterlijk. Daarnaast is de steen, zeker als de onderzijde ook gezaagd is, gemakkelijker te leggen. Bij een behakte steen is de randafwerking redelijk grof. Het geeft de steen een wat natuurlijker uiterlijk. Hierin zijn twee categorieën; behakt en fijn behakt. Zoals het woord al aangeeft, heeft een strak behakte steen een kleinere maattolerantie dan een grofbehakte steen. Hierdoor kan bij een strak behakte steen de voeg kleiner blijven.Kalibreren van tegels
Een leistenen tegel wordt verkregen door een plaat in tweeën te splijten. De splijtingsdikte variërt hierbij van 8 tot 25 mm. Het dikteverschil van natuurstenen tegels kan in sommige gevallen problemen opleveren bij het leggen. Om dit te voorkomen, wordt natuursteen vaak ook geleverd in een gekalibreerde dikte. Dit betekent dat de tegel op dikte wordt gefreesd, waardoor de tegel overal even dik is en ook de onderlinge dikte van de tegels gelijk is, bijvoorbeeld 10 mm.